De laatste jaren heb ik veel geïnvesteerd in de zoektocht naar mijn persoonlijke identiteit als dirigent en wie ik wil zijn als mens. Dat is een ontdekkingsreis die nooit eindigt. In januari 2019 nam ik deel aan een masterclass bij Colin Metters met het Lithuanian State Symphony Orchestra. Dat was een ervaring om nooit te vergeten en heeft me heel veel nieuwe inzichten en inspiratie gegeven die ik wil delen met de orkesten waarmee ik werk.

De passie voor dirigeren is er bij mij altijd geweest. Toen ik 18 jaar oud was, deed zich voor het eerst de kans voor om een orkest te dirigeren. Dat smaakte naar meer. Sinds 1999 ben ik werkzaam als dirigent en studeerde ik orkestdirectie in Utrecht bij Kenneth Montgomery en Jurjen Hempel en ook studeerde ik HaFa-directie in Rotterdam.

Ik ben de vaste dirigent van het Fries Kamer Orkest in Leeuwarden en van harmonieorkest Crescendo in Ermelo. Na het concertseizoen ’19 – ’20 neem ik na 11 jaar afscheid van muziekvereniging Groot Excelsior in Amsterdam, waar ik met hart en ziel heb gewerkt. Bij dit orkest heb ik veel geleerd en samen hebben we prachtige concerten gegeven op fantastische locaties in en buiten Amsterdam. Een van de mooiste voorbeelden daarvan was Shakespeare in Concert, een concert in de NedPho-koepel op de 400e sterfdag van William Shakespeare. Daar ben ik nog steeds ontzettend trots op.

Vanaf concertseizoen ’20 – ’21 ga ik me nog meer richten op het ontwikkelen van programma’s met projectensembles bestaande uit professionele musici, waarbij symfonische meesterwerken worden belicht vanuit andere disciplines, zoals filosofie, beeldende kunst en literatuur.

Naast mijn werkzaamheden als dirigent werkte ik van 2006 tot 2013 als redacteur en coördinator van de opnamestudio bij De Haske Publications in Heerenveen (tegenwoordig Hal Leonard) en sinds 2013 ben ik werkzaam voor het Fries Muziek Archief, waar ik me bezighoud met de acquisitie van nieuwe componisten en het organiseren van concerten en cd-opnamen. In deze functies heb ik andere talenten kunnen ontwikkelen die een waardevolle aanvulling zijn op mijn dirigentschap: organiseren, coördineren, delegeren en het opbouwen van een breed netwerk. Op die manier heeft mijn werk als dirigent zich verdiept en verbreed. Als artistiek leider ben ik daardoor een duizendpoot geworden, zodat ik niet alleen garant kan staan voor het klinkend resultaat, maar ook voor een spannende en vernieuwende programmering en een visie op de toekomst van de mijn orkesten.

Al op jonge leeftijd begon ik met muziek maken. Als 6-jarig jongetje op het elektronische orgel in onze huiskamer – dat was mode in die tijd. Ik kon nog geen noten lezen, maar speelde liedjes van de radio op het gehoor na. Om noten te leren lezen ging ik op blokfluitles. Daar vond ik echter niks aan en na een half jaartje werd ik weggestuurd. Een jaar later was de motivatie er wel, vooral omdat ik daarna op euphonium verder mocht bij de plaatselijke muziekvereniging. En ook toen al was er de fascinatie met dirigeren: ik stond met een potlood voor de spiegel mee te dirigeren met het eerste deel van Beethovens vijfde symfonie.

Toen ik 12 was, maakte ik de overstap naar de hoorn en toen ging het snel. Ik werd toegelaten tot de vooropleiding van het Utrechts conservatorium en daar behaalde ik achtereenvolgens mijn diploma docerend musicus en mijn tweede fase diploma als hoornist. Tijdens mijn studie remplaceerde ik bij professionele orkesten, zoals o.a. het Brabants Orkest, het Radio Kamer Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest. Ook speelde ik in de musicalproductie Evita bij Joop van den Ende Theaterproducties en het Nationaal Jeugd Orkest.

Bij al die orkesten speelde ik natuurlijk onder leiding van evenzoveel dirigenten. Hele goede en inspirerende, maar soms was ik ook overgeleverd aan de grillen van in mijn ogen hele matige dirigenten. Bij de goede dacht ik: ‘dat wil ik ook’. Bij de slechte dacht ik: ‘dat kan ik beter’.